Algemeen

De capaciteit van het kinderdagverblijf bedraagt maximum 32 kindjes. Het kinderdagverblijf heeft 3 leefgroepen, elk met hun eigen vaste team aan begeleidsters.

In elke villa zijn individuele aandacht en warmte de voorwaarden voor een verdere vlotte ontwikkeling. Elk kind wordt als individu beschouwd. De kleinsten hebben een eigen voedingsmoment, de (fles)voeding wordt zoveel mogelijk aangepast aan die van thuis. We bieden de mogelijkheid om afgekolfde moedermelk mee te geven of, indien praktisch haalbaar, kan de moeder in de kribbe borstvoeding komen geven. In hun bedje ligt de vertrouwde knuffel van thuis.Dagelijks bieden wij een rijke omgeving om kinderen aan hun motorische ontdekkingstocht te laten beginnen: zitten, kruipen, lopen, klimmen, … . Het speelgoed en de activiteiten zijn aangepast aan elke leeftijd. Er wordt aandacht besteed aan het zelfstandig leren eten, drinken, aan- en uitkleden, …

Voor onze oudere peuters hebben wij vanaf september 2018 ook een aangepast speel-leergroepje,
namelijk Villa 1-2-3. In dit groepje kunnen kinderen vanaf 18 maanden geregeld, en kinderen vanaf 24 maanden dagelijks, volop op ontdekking gaan, deelnemen aan allerlei aangepaste activiteiten en spelmogelijkheden die volop beantwoorden aan de ontwikkelingsnoden en de bewegingsdrang van peuters en die bovendien een rijk taalaanbod bieden.

In alle villa’s is de  dagindeling gestructureerd: naast momenten van vrij spel worden er ook heel wat (spel-)activiteiten aangeboden. De ruimte is ingedeeld in verschillende speelhoeken. Dit bevordert de ontwikkeling op verschillende vlakken. Zo is er een lees- en vertelhoekje ter bevordering van de taal. De blokkenhoek voor de constructieve ontwikkeling, de poppenhoek voor een sociale ontwikkeling en verder is er dan nog een hoekje voor de ontwikkeling van de fijne motoriek. Daarnaast is er ook een aanbod van aangepast speelgoed en ruimte voor vrij spel ter ontwikkeling van de grove motoriek. Deze hoekverdeling geeft de mogelijkheid aan de kinderen om spelenderwijs op verkenning te gaan en zich creatief bezig te houden. Tijdens hun activiteiten wordt er ook aandacht besteed aan bepaalde omgangsnormen en –waarden. Ieder kind heeft een eigen symbooltje. Dit symbooltje vindt hij/zij op verschillende voorwerpen die van hem/haar zijn terug: Het kastje, de kapstok, het bedje, de knuffel en de tut, … Zo leert het kindje bepaalde verbanden leggen en ook een onderscheid te maken tussen wat van hem is en wat van de andere kinderen. En het kind kan zelfstandig zijn eigen spulletjes terug vinden. deze zelfstandigheid draagt bij tot een positief zelfbeeld.